
Wijkmanagers ‘als smeerolie’ in de samenleving
NieuwsROSMALEN - Als wijkmanager is Koen van Empel in Rosmalen, Nuland en Vinkel het aanspreekpunt namens de gemeente, terwijl Joost Anconé die rol vervult in Maaspoort, Empel en De Groote Wielen. De meeste bewoners kennen hen wellicht niet persoonlijk, maar hun invloed is groot. “De functietitel ‘wijkmanager’ dekt eigenlijk de lading niet,” zeggen ze allebei. “We managen geen wijk, maar zorgen dat alles en iedereen met elkaar blijft draaien.”
“Wij houden ons bezig met leefbaarheid en dat is alles wat bepaalt of het prettig wonen, werken en leven is in een gebied. Je kunt dat concreet maken in drie dingen. De fysieke leefomgeving, het sociale aspect en veiligheid. Dus hoe ziet een wijk of dorp eruit, hoe gaan mensen met elkaar om en hoe veilig voelt het”, aldus Van Empel.
Geen dag is daarbij hetzelfde en geen wijk of dorp is identiek. “Rosmalen staat bekend om zijn sterke verenigingsleven,” zegt Anconé. “Daar kennen mensen elkaar en doen ze veel samen. Rosmalen was tot 1996 een zelfstandige gemeente. Ook in Empel is dat dorpse gevoel nog steeds sterk, ondanks de groei.” Maar dat geldt niet overal. “Maaspoort is echt een stadswijk,” zegt Van Empel. “Daar is de sociale samenhang minder vanzelfsprekend.”
Om goed aan te voelen wat er speelt, zitten de wijkmanagers niet alleen op kantoor. “Integendeel,” zegt Anconé. “Ik probeer zo’n drie dagen per week buiten te zijn. Je moet de wijk of dorp kennen, de mensen kennen. Wij zitten echt aan de rand van de organisatie. We spreken bewoners, verenigingen en ondernemers, maar ook collega’s binnen de gemeente. En we verbinden die werelden.”
Toch blijven ze vaak buiten beeld. “Als alles goed loopt, hoor je ons niet,” zegt Van Empel. “Maar als iets gevoelig ligt of niet goed gaat, dan komen wij in beeld. Of als er iets nieuws komt in een wijk. Dan kijken wij mee: hoe laten we dat goed landen?”
Dat laatste gebeurde bijvoorbeeld bij de opvang van Oekraïense vluchtelingen in Rosmalen. “Dan word je al in een vroeg stadium betrokken. Je kijkt: wat voor buurt is dit, hoe zit het met de leefbaarheid?” De aanpak was bewust open. “We hebben vooral ingezet op openheid. De deuren gingen letterlijk open, met Oekraïense hapjes en muziek. Dan zie je dat zo’n voorziening gewoon kan draaien zonder grote problemen.” Tegelijk plaatst hij een kanttekening: “Maar dat is niet overal hetzelfde. In een wijk waar al veel speelt, moet je dat anders aanpakken.”
Ook in De Groote Wielen speelde die vroege betrokkenheid een belangrijke rol. “Daar hebben we een dakpark boven een winkelcentrum,” zegt Anconé. “Dat is een bijzondere plek met veel verschillende gebruikers. Juist daar kunnen belangen botsen. Dan weet je dat het kan schuren. Jongeren die er hangen, bewoners die rust willen, ondernemers die geen overlast willen. We hebben daarom iedereen vooraf al bij elkaar gebracht. Bewoners, ondernemers, politie. Wat vinden we acceptabel? Hoe gaan we hiermee om? Die aanpak wierp zijn vruchten af. Door dat vooraf te doen, voorkom je veel problemen.”
Volgens de wijkmanagers is dat precies waar hun werk om draait. “Niet alleen het gevoel geven dat mensen betrokken zijn, maar het echt doen. Dat is onze core business. Als je wilt dat iets goed landt in een wijk, moet je mensen meenemen.”
De verschillen tussen de wijken en dorpen blijven daarbij groot en vragen om maatwerk. “Waar het goed gaat, wil je dat behouden,” zegt Anconé. “En waar het minder is, wil je het versterken. Tegelijkertijd verandert er veel, vooral in De Groote Wielen. Het wordt een wijk van richting de 18.000 à 19.000 inwoners. Dat is enorm. Die groei brengt ook veranderingen met zich mee. Er komt meer sociale huur en betaalbare koop en dat zorgt voor een meer gemêleerde wijk. Dat kan een andere dynamiek geven en ook betekent het meer werk. Meer bewoners betekent meer vragen en meer afstemming.”
Ondanks die groei en complexiteit proberen de wijkmanagers laagdrempelig te blijven. “We willen geen drempels,” zegt Van Empel. “Onze eigen telefoonnummers staan gewoon online. Geen ingewikkelde systemen. Gewoon bellen als er iets is. Bewoners kunnen bovendien zelf met ideeën komen. We hebben een wijk- en dorpsbudget. Daarmee kunnen bewoners initiatieven opzetten, van straatfeesten tot grotere evenementen. Of bijvoorbeeld vergroening van de buurt. En als mensen niet weten waar ze moeten beginnen, helpen wij ze op weg.”
Dat directe contact met bewoners maakt het werk voor hen juist zo interessant. “Als mensen prettig wonen, hebben ze ons niet nodig,” zegt Van Empel. “Maar als er iets speelt, moeten ze ons wel weten te vinden. Het is super divers. Geen dag is hetzelfde en je staat midden in de samenleving.” Zelf omschrijven ze hun rol het liefst in één beeld. “We noemen het wel eens smeerolie,” zegt Anconé. “Van buiten naar binnen en van binnen naar buiten zorgen wij dat alles blijft lopen. We hebben misschien niet de duidelijkste functietitel, maar wel de leukste baan van de gemeente.”





