
OJC zoekt houvast na tweede degradatie op rij:
‘Het plaatje is nog niet compleet’
ROSMALEN - De teleurstelling is voelbaar bij OJC Rosmalen. Twee jaar geleden speelde de club nog in de derde divisie, inmiddels wacht een seizoen in de eerste klasse. Toch weigert voorzitter Paul Logtens in paniek te raken. “Rouw vind ik een groot woord. Maar teleurgesteld zijn we zeker. Wij vinden dat OJC op een hoger niveau hoort te spelen.” De degradatie van het eerste elftal overheerst buiten de club het gesprek, terwijl OJC veel meer is dan alleen het vlaggenschip. Met 118 KNVB-teams, bijna 2400 leden en zo’n 450 vrijwilligers is de vereniging een van de grootste amateurclubs van Nederland.
Door Paul Post
Toch begrijpt Logtens de focus op het eerste elftal wel. “Dat is logisch. Het eerste team is het boegbeeld van de club. Daar dromen jongens en meisjes van. Als ze het profvoetbal niet halen, hopen ze uiteindelijk in het eerste van OJC te spelen.” Dat juist dat boegbeeld opnieuw degradeert, doet pijn. Zeker omdat OJC zich graag meet met clubs op divisieniveau. “We hebben altijd respect voor andere clubs”, benadrukt Logtens als namen als Emplina en Zwaluw VFC vallen. “Maar met de club die wij zijn, met de jeugdopleiding die wij hebben, denken wij dat we hoger kunnen spelen. Alleen: in de sport moet je het wel laten zien.”
Waar in het betaald voetbal vaak direct koppen rollen na tegenvallende resultaten, kiest OJC bewust voor rust. Trainer en technische staf blijven aan boord. Volgens Logtens past dat bij de koers van de vereniging. “Je ziet de profwereld langzaam de amateursport binnendringen. Alsof er meteen een schuldige moet zijn als het niet goed gaat. Maar voetbal is complexer dan één iemand aanwijzen. Het is altijd een collectief.” De voorzitter ziet ondanks de degradatie voldoende lichtpunten. “De trainer geeft jeugdspelers kansen en past goed bij het beleid dat we voeren. Daar staan we honderd procent achter.” Dat beleid draait om continuïteit. OJC wil structureel richting de derde divisie groeien, met spelers uit de regio en liefst uit de eigen opleiding. Vierde divisie noemt Logtens acceptabel, de eerste klasse eigenlijk te laag.
“We gaan niet opportunistisch spelers halen. Dat past niet bij het dna van OJC. Wij zijn een ledenclub, een volksclub. Geen club die ineens met geld gaat smijten.” De sportieve terugval heeft volgens Logtens meerdere oorzaken. Vorig seizoen vertrok vrijwel een complete selectie en verdwenen ook ervaren krachten uit het elftal. Daardoor kwamen jonge spelers versneld voor de groep te staan. “Dan vraag je van jonge jongens om degradatievoetbal te spelen. Dat is best een opgave.”
Daar komt bij dat het budget voor het eerste elftal is afgenomen. OJC financiert de selectie uitsluitend uit sponsorinkomsten en niet uit contributies. “De sponsorinkomsten zijn echt minder geworden. Dus je moet eerlijk zijn: dat heeft invloed. Maar zelfs als het budget weer stijgt, moeten we het beleid bewaken. We willen niet alleen maar spelers aantrekken van buitenaf.” Het streven blijft duidelijk: zoveel mogelijk zelf opgeleide spelers in het eerste elftal. “Het liefst alleen maar, maar spelers moeten het niveau wel aankunnen. Talent alleen is niet genoeg. Je hebt ook sterkhouders nodig die leiding geven in het veld.”
Om die doorstroming te verbeteren heeft OJC de organisatiestructuur aangepast. Er is nu één hoofd opleiding en de trainer van het eerste elftal is tegelijkertijd coördinator van de bovenbouw. “We willen één lijn binnen de hele club en we moeten spelers onder 19 en onder 23 beter begeleiden naar het seniorenvoetbal.” Dat is noodzakelijk in een regio waar concurrentie groot is en clubs spelers wegtrekken met vaak grotere budgetten. Bovendien melden scouts van BVO's zich al bij kinderen van negen of tien jaar oud. “Daar ben ik soms kritisch op”, zegt Logtens. “Sommige kinderen worden er beter van, maar anderen worden als een nummer behandeld en komen afgebrand terug. Wij willen een club zijn waar talent zich thuis voelt.”
Die verbondenheid ziet hij als een van de grootste krachten van OJC. “Als spelers het profvoetbal niet halen, willen we dat ze denken: OJC is mijn club, daar wil ik terug naartoe.” Hoewel de degradatie veel aandacht krijgt, benadrukt Logtens steeds opnieuw dat OJC meer is dan prestaties alleen. Op zaterdagen lopen volgens hem vijf- tot zesduizend mensen rond op het sportpark. Daarnaast organiseert de club maatschappelijke activiteiten via de Stichting Jan van Roosmalen en groeit ook het vrouwenvoetbal stevig door. “Dat wordt echt een speerpunt. We hebben ongeveer driehonderd meiden en vrouwen die voetballen. Het doel is om rond 2030 toonaangevend te zijn in het vrouwenvoetbal.”
Die brede maatschappelijke rol geeft hem energie, ook na een sportief moeilijk seizoen. “Als je ziet hoeveel vrijwilligers hier rondlopen en hoeveel mensen bezig zijn om dingen beter te maken, daar word ik blij en enthousiast van.” Voor komend seizoen verwacht Logtens geen nieuwe leegloop van spelers. Integendeel. De technische staf blijft intact en veel spelers hebben hun toezegging al gedaan. “De sfeer binnen de groep is ondanks de degradatie goed”.
Toch waarschuwt hij dat een snelle terugkeer allerminst vanzelfsprekend is. “Iedereen wil van OJC winnen. Dus ook de eerste klasse wordt echt aanpoten.” Of promotie direct haalbaar is, durft hij niet te voorspellen. “Natuurlijk zou een kampioenschap fantastisch zijn”, zegt hij lachend. “Maar eerst moeten we gewoon de dingen goed doen.” Zijn blik blijft nadrukkelijk op de lange termijn gericht. “We hebben alle ingrediënten van de taart. Die staat nu in de oven. Alleen denkt iedereen: waar blijft het eindresultaat?” Daarvoor vraagt hij geduld. “Dit is echt een traject van drie, vier, vijf jaar. In voetbal wil iedereen volgende week resultaat zien. Maar wij geloven in rustig bouwen. Dat past bij OJC.”