Theater

Midden april beleefde ik een buitengewoon cultureel verantwoord weekje. Zaterdagavond de elfde ben ik in Empel naar de toneelvoorstelling Of je worst lust! van theatergroep IMPLA gegaan. Wat een fantastische avond. Het lijkt me haast onmogelijk om daar zonder brede grijns weg te lopen. Het enthousiasme was aanstekelijk en spatte van het podium. Ik was erg onder de indruk, zowel van het script als van het acteertalent. En dat terwijl ik niet eens graag worst lust…

Een paar dagen daarna, woensdagavond de vijftiende, ben ik samen met mijn vriend naar de voorstelling Net Alsof van Jochem Myjer gegaan, in het Nieuwe Luxor Theater in Rotterdam. Vooruit, dat was ’s avonds laat een ambitieuze onderneming vanuit Nijmegen, zeker aangezien ik de volgende ochtend gewoon weer keurig in de collegebanken verwacht werd, maar het was het absoluut waard. Ook die avond heeft me ontzettend geraakt.

Naar het theater gaan is tegenwoordig niet per se vanzelfsprekend. Of de theaters het moeilijk hebben? Daarover zijn de meningen verdeeld. Cijfers van het CBS laten zien dat het aantal theaterbezoeken en de bijbehorende werkgelegenheid in 2022 alweer hetzelfde niveau bereikten als in 2019, en sindsdien alleen nog maar verder gegroeid zijn. Van die coronadip lijkt dus niet veel meer over te zijn.

Toch denk ik niet dat het zo simpel is. Binnen mijn generatie merk ik wel degelijk dat het theater een oubollig imago heeft. Bovendien geeft het theater ons iets wat we tegenwoordig niet meer willen maar misschien wel nodig hebben: vergankelijkheid.

Een theatervoorstelling zie je immers maar één keer. Vooruit, van veel voorstellingen wordt wel een tv-opname gemaakt, maar elke opvoering is toch echt anders. De interactie met het publiek, bijvoorbeeld, is keer op keer uniek.

Alle films en series die onze hartjes begeren kunnen we in een handomdraai streamen. Televisie kunnen we terugkijken, of zelfs vooruitkijken. Tegenwoordig kijken we niet meer naar mooie uitzichten, maar maken we er foto’s van, zodat we die terug kunnen kijken.

Maar als je je halve leven bezig bent met terugkijken naar wat je al gedaan hebt, leef je dan niet slechts een half leven?

Dat even terzijde. Eigenlijk wil ik mijn vingers niet branden aan filosofie: Aristoteles werd er immers om gedwongen uit de gifbeker te drinken.

Toch ben ik blij met mijn theaterbezoekjes deze maand. Die momenten zal ik voor altijd maar één keer beleefd kunnen hebben. Ik zou niet anders willen; schaarste maakt kostbaar.