Afbeelding

Thuiszitten is geen optie

Rosmalen – Wie door Rosmalen loopt of fietst hoeft hem niet te zien om te weten dat hij in de buurt is. De muziek (meestal smartlappen en levensliederen) verraadt hem al van verre. Met zijn scootmobiel, een kar vol blikjes en een draagbare box is Kees van der Velden al jaren een vertrouwd gezicht in het dorp. “Ik ben altijd vrolijk,” zegt hij. “Ook al zit het leven niet altijd mee.”

Door Paul Post

Kees, zittend in zijn scootmobiel, heeft voor de gelegenheid even zijn muziek uit gedaan om zijn verhaal te doen. "Ik ben geboren op 29 november 1962 en woon in De Dommelborgh in Rosmalen. Dat lukt allemaal wel. Ik heb eigenlijk overal gewoond. Hiervoor in Den Bosch en nu al heel veel jaren in Rosmalen.” vertelt hij. Daar wordt hij inmiddels door eenieder herkend. Zijn dagen brengt hij grotendeels buiten door. Hij verzamelt oud ijzer en blikjes, een bezigheid die hij al decennia volhoudt. “Alles wat met geld te maken heeft, dat pak ik op,” zegt hij. Met zijn scootmobiel rijdt hij vaste rondes door het dorp. “Mijn route is het centrum, dan naar het perron bij het station, dan door naar de Molenhoek en dan weer terug. En daarna ga ik weer die ronde doen.”

Die structuur is belangrijk voor hem. Het houdt hem in beweging. Letterlijk en figuurlijk. Want thuiszitten is geen optie. “Dan ga je alleen naar huis en zit je tegen de muren aan te kijken. Dan ben je eenzaam.” De scootmobiel waarin hij rijdt, is noodzaak. Door jaren van zwaar werk is zijn lichaam versleten. “Mijn rug is kapot. Mijn derde rug is gratis versleten”, zegt op zijn bekende grappende wijze. Ongeveer vijftien jaar geleden werd hij afgekeurd. Sindsdien moet hij het anders doen.

Dat werken zat er al vroeg in. Op zijn veertiende ging hij van school en begon hij in een slachthuis. “Daar heb ik elf jaar gewerkt. Daarna banen in het grondwerk en de bouw. Ik heb van alles gedaan.” Het waren jaren van fysiek zware arbeid, die uiteindelijk hun tol eisten. Het verzamelen van blikjes en metaal doet hij al sinds de jaren tachtig. “Vanaf 1985 doe ik dat al. Toen er nog geen statiegeld op blikjes zat leverde dat veel op. Ik verzamelde ze, perste ze en leverde ze in. Met de kiloprijs van toen had ik in het begin tachtig, negentig gulden per dag.“ Die tijden zijn voorbij. “Nu zit ik ongeveer op vijf euro per tas. En dan moet ik de hele dag rijden.” De reden is simpel: concurrentie. “Er lopen er hier wel zestig rond. "Buitenlanders, vaak Oekraïners. En kinderen halen het eruit voor snoepgeld.”

Toch blijft hij doorgaan. Niet alleen voor het geld, maar ook voor het contact met mensen. Want Kees is meer dan alleen een blikjesverzamelaar. Hij is vooral de man van de muziek. “De muziek komt uit deze box,” zegt hij, terwijl hij op zijn Bluetooth speaker wijst. Via Spotify zet hij zijn afspeellijsten aan. “Ik toets woonwagenmuziek in. En dan komt de rest vanzelf. Mijn voorkeur ligt bij het levenslied en zigeunermuziek. Frans Bauer, Jannes, Henk Bernard, Henk Damen. Dat zijn mijn favorieten.”

Die liefde voor muziek komt van thuis. “Mijn moeder luisterde altijd naar de Zangeres Zonder Naam. Daar ben ik mee opgegroeid.” Zijn muziek is inmiddels een herkenbaar onderdeel van het straatbeeld geworden. En wie wil, mag meebepalen wat er klinkt. “Ze kunnen bij mij verzoekjes aanvragen. En dat mag ook andere muziek zijn. Of dat nou Engels is of Duits of een andere taal. Ik ken het altijd.”

De reacties op zijn muziek zijn wisselend, maar meestal positief. “Sommigen zeggen: kan het wat zachter? Maar er zijn er ook die zeggen dat ik altijd goede muziek heb. Ik doe dit omdat ik van de muziek hou, maar ook om de mensen op te vrolijken. Daar geniet ik van.”

Achter die vrolijkheid zit ook een kwetsbare kant. Kees werd geboren op een woonwagenkamp in Eindhoven en groeide op in een groot gezin met broers, zussen en stiefbroers en zussen. Maar dat contact is verdwenen. “Sinds mijn ouders gestorven zijn, ben ik eigenlijk Remi alleen. Ik zie ze niet meer. Of ik dat vervelend vind? Ja, als ze niet komen, dan blijft het bij mij thuis ook schoon.”

En hoewel Kees zich ook hier er met een grap vanaf maakt, maakt dat zijn dagelijks leven toch ook soms zwaar. Want ondanks dat hij veel mensen kent voelt hij zich regelmatig eenzaam. “Je bent de hele dag onder de mensen,” zegt hij. “Maar ’s avonds zit je alleen en dan voel je je wel eens eenzaam.” Juist daarom blijft hij naar buiten gaan. Zijn rondes zijn meer dan werk: ze zijn zijn sociale leven. Een praatje bij een winkel, een groet op straat, een verzoeknummer dat door de box klinkt. Het zijn momenten die zijn dag betekenis geven.

Voor veel inwoners en bezoekers van Rosmalen is Kees inmiddels onlosmakelijk verbonden met het dorp. Hij hoort erbij. “Ik ga gewoon nog een tijdje zo door. Ze blijven in Rosmalen nog wel een tijdje horen dat ik er ben.”

Afbeelding