Afbeelding

Afvalhelden uit Rosmalen: ‘Onzichtbaar, maar onmisbaar’

Nieuws

ROSMALEN - Terwijl veel Rosmalenaren nog aan hun eerste kop koffie zitten, hebben Patrick van der Wegen en Dennie van der Veeken hun vrachtwagen al gecontroleerd en staan ze klaar om de wijk in te rijden. Het is deze week de Week van de Afvalhelden, een landelijk initiatief waarbij honderden gemeenten stilstaan bij het werk van afvalinzamelaars. In Den Bosch vond de officiële landelijke aftrap plaats, maar natuurlijk doen Patrick en Dennie ook deze weekgewoon wat ze elke dag doen: zorgen dat het afval verdwijnt.

“Als mensen vragen wat ik doe, zeg ik dat ik vuilniswagenchauffeur ben,” vertelt Patrick. “En mentorchauffeur. En ik volg daarnaast nog een opleiding.” Die combinatie roept soms verbazing op. Toch is het volgens hem tekenend voor hoe het vak is veranderd. “Vroeger werd er weleens denigrerend over gedaan. Dat beeld klopt allang niet meer.” Dennie herkent dat. “Mensen vragen: is dat niet vies? Stinkt dat niet? Maar ik zit in de wagen, ik spring er niet in.” Het werk is volgens hem sterk gemoderniseerd. Containers worden machinaal geleegd, chips in de bakken registreren gegevens en het contact met los afval is minimaal. Het klassieke beeld van vieze overalls en stinkende handschoenen is achterhaald. De werkdag begint rond half zeven. Na een voertuigcontrole en een kop koffie rijden ze om zeven uur vanaf de afvalstoffendienst bij de Hedelse brug richting de straten waar de kliko’s staan te wachten. Afhankelijk van de afvalstroom en het seizoen rijden ze één tot drie vrachten per dag. Tussendoor wordt er gestort en soms kort gepauzeerd. Rond kwart over drie zit de dag er meestal op. “De dag vliegt voorbij,” zegt Dennie. “Dat is voor mij een goed teken.” 

In bijna elke wijk staan er wel kinderen te zwaaien

Toch is het werk meer dan rijden en legen. In de wijk zijn ze het aanspreekpunt. Als een container niet wordt meegenomen omdat er bijvoorbeeld plastic in de papierbak zit, leggen ze uit waarom. “Als je mensen normaal benadert en rustig uitlegt wat er aan de hand is, krijg je meestal begrip terug,” zegt Patrick. “Mensen behandelen zoals je zelf behandeld wilt worden, dat werkt.” Soms is er ongeduld, vooral in de ochtendspits. Een vuilniswagen in een smalle straat kan voor oponthoud zorgen. “Je rijdt altijd in de weg,” zegt Dennie nuchter. “Maar we doen ook gewoon ons werk.” Agressie komt voor, al blijft het volgens hen meestal bij onbegrip. Wat overheerst, is positiviteit. Vooral van kinderen. “In bijna elke wijk staan er wel kinderen te zwaaien,” vertelt Patrick. Af en toe delen ze kleurplaten of kleine bouwpakketjes uit. Even toeteren doet het ook altijd goed. “Dat blijft leuk. Zeker als ze het niet verwachten.” Dat juist dit werk nu een eigen waarderingsweek heeft, vinden ze mooi. “Het is werk dat voor veel mensen vanzelfsprekend is.”. “De bak is leeg en je denkt er niet meer over na. Maar wij zijn er wel. Door weer en wind.” Held willen ze zichzelf niet noemen. Maar onmisbaar? Daar twijfelen ze geen moment aan.