05 november 2019

ZO’N DAG

Vrijdag op zaterdag jl. We hadden de dames voor een nachtje te logeren. Voor hun, maar zeker ook voor opa en oma steeds weer een feestje. En wanneer papa afscheid neemt en kusjes wil geven is er bijna geen tijd of aandacht.
Luus zit heel ijverig, met haar tongetje heel lief uit haar mond, een tekening te kleuren en Fien is druk met het lezen van haar eerste woordjes. ‘Roos, vis, voet en boot’ rollen probleemloos over tafel, terwijl er op school volgens mij nog geen aandacht voor is geweest. “Dat doen we pas in groep drie, Opa”. Knap hoor.

Onze meiden. Bij logeren hoort steevast het ‘snoepschaaltje’. Mochten we het somtijds vergeten, dan herinneren ze er ons wel aan. Wat een paar kleine snoepjes en krentjes op een schaaltje al niet kunnen doen. Het is bijna tot een ritueel geworden. Sinds kort is er de polonaise bijgekomen. De feestmuziek staat keihard, ‘harder opa’, en Luus gaat voorop in de stoet. Door de hal, de douche, slaapkamer, keuken, berging en huiskamer en weer terug… Oma swingt volop mee en opa sukkelt er ook achteraan. Je moet die snoetjes zien om te weten wat voor een feest het is… Geweldig

Om klokslag half zeven zie je diezelfde snoetjes om de deur. Opa en oma zijn nog druk met het uitwrijven van de slaap uit hun ogen wanneer de dames aan bed staan: “Oma, mogen wij bij jullie komen’. En voordat we het weten schuiven ze met een stapel knuffel langs ons. Heerlijk. Het spelletje ‘ik zie, wat jij niet ziet’ staat bij elke logeerpartij op het programma en ik kan het natuurlijk niet laten om ze te plagen of te kietelen… Daar zijn opa’s nou eenmaal voor, toch?

De ochtend is heerlijk. In pyjama, nee oma ik wil nog niet aankleden, heerlijk bezig zijn met kleuren, spelletjes spelen, de poppen verzorgen en…. tv kijken. De tv.. Niet echt opvoedend, we weten het. Maar bij opa en oma mag nu eenmaal (bijna) alles. Ze weten het als geen ander en er wordt soms wel eens heel vaak (ha ha) misbruik van gemaakt.

En dan, wanneer we besloten hebben dat we met de meiden een bezoekje gaan brengen aan de binnenspeeltuin, worden we geconfronteerd met minder mooi en vooral heftig nieuws. Een echt niet zo’n fijn bericht komt tot ons. Ook dat heb je dus, ‘op zo’n dag’. Er is nog wel een stuk onzekerheid, de fase van onderzoek is er nog bezig, maar de bezorgdheid en bijna zekerheid is heel zichtbaar in de ogen van de ‘slechtnieuws’ vertelster. Het raakt ons enorm en ik kan het niet van me afzetten. Alweer zo dichtbij, verdomme nog aan toe.

Nog dezelfde middag zit ik aan de ‘praat’ met hem. In feite weten we samen, zonder ook maar iets te zeggen, ‘hoe de vlag erbij hangt’. Ik probeer het nog even om…. Het is vergeefse moeite. Hij is een realist en hij draait er niet om heen…

Zo’n dag. Alle genoten vrolijkheid van de het logeerpartijtje van de meiden verdween als ‘sneeuw voor de zon’. Zo’n dag… ze bestaan dus echt. Van het ene in het ander moment wisselen vreugde en verdriet zich af. Verdorie, waarom?