06 mei 2019

MEI

De meimaand heeft voor ons meerdere gezichten. Hij begint sowieso voor ons met een herinnering aan de geboortedag (3 mei) van mijn vader. Hij zou dit jaar 110 jaar oud zijn geworden. Wanneer ik op het kerkhof een bloemetje neerleg vanwege zijn verjaardag, zijn graf wat schoonmaak en de boel wat aanhark ga ik in gedachte zo’n vijfenveertig jaar, de dag van zijn overlijden, terug. Het was op een donderdag, als de dag van gister staat hij op mijn netvlies.

Wij, Marijke en ik, waren retedruk met een hele grootste totale verbouwing van onze slagerij. Het was bij ons een wirwar van aannemers, inrichters, loodgieters, elektriciens, schilders en wat al niet meer.. Druk, heel druk was het.

En dan ineens staat daar, midden in de verbouwingsrommel snakkend naar adem en met een doodsblik in zijn ogen, zomaar uit het niets.. je vader voor je. Jan, help… ik ga dood… is wat ik kon opmaken uit zijn stamelende woorden. Je hoort het als het ware heel veraf, maar je ziet aan alles dat het fout is, goed fout. Tien minuten valt hij, zittend in je auto op weg naar de dokter, tegen je aan. En wat je ook doet, wat je ook probeert… Hij is dood. Wat volgt zijn dagen die je beleeft als in een roes. Ik was 27 jaar. Hij was nog maar 65 jaar oud, je beseft het maar half.

De volgende dag in mei is het Dodenherdenking. Het maakt een forse indrukwekkende indruk op ons. Het zal deels wel komen omdat je ouder aan het worden bent. Thuis, zittend op de bank, doen we mee met de twee minuten stilte. Ieder voor zich zijn we bezig met onze gedachten.

Verder in de maand zijn het eigenlijk alleen maar leuke dingen die op ons pad komen. Het is de meimaand. De maand van Maria, de Zoete Lieve Vrouw van Den Bosch. Ook wij gaan zeker een of twee keer, wel op de fiets, een kaarsje aansteken bij Maria in Den Bosch. En natuurlijk de koffie met de Bossche Bol, want dat hoort, zeggen ze.

En dan vieren we (heel bescheiden) op de elfde mei het feit dat we elkaar achtenveertig jaar terug het jawoord hebben gegeven. Al meer dan een halve eeuw kennen we elkaar, want er gaat natuurlijk een periode van verkeringstijd aan vooraf. Wat een tijd… Trouwen toen… Op dezelfde dag werden wij eigenaar van de slagerij van mijn ouders. Dus werd er getrouwd, om het zo goedkoop mogelijk te houden, op een dinsdag. Dinsdag was immers de halve sluitingsdag van de slagerij.

Onze uiteindelijke huwelijksreis ging middernacht na het feest voor een slaapnachtje richting Middelrode. Woensdagochtend klokslag elf uur stond ik alweer, getrouwd en wel, in witte slagersjas thuis in de werkplaats een have koe te bewerken. Kom jonge, tijd is geld… Zei ons pap.

Och, dat was toen. Anders dan vandaag de dag… Maar het was een dag om nooit te vergeten, een fijn feest. En weet je wat het allemaal zo mooi maakte die dag… Ik trouwde met het mooiste meisje van de klas, herinner ik me nog.

Foto's:


P0